Waternormen en de natuur

Jarenlang hield RIVM de waterkwaliteit van het oppervlaktewater bij voor alle Nederlandse waterschappen. Zij zijn immers verantwoordelijk voor de waterkwaliteit in hun eigen gebied. Enige jaren geleden gingen de waterschappen dit zelf doen, onder het toeziend oog van de Unie van Waterschappen. Hier is blijkbaar ergens iets mis gegaan, want ineens voldeed Nederland niet meer aan de Europese richtlijnen voor oppervlaktewater en werden er hier en daar noodgrepen toegepast, omdat het beheer van bijvoorbeeld natuurgebieden (Overheid en semi-overheid) anders te duur zou worden. Daar is hier en daar creatief mee omgesprongen door onze waterschappen.

De normen voor natuurgebieden als Oostvaardersplassen en Ankeveense Plassen werden flink bijgesteld, om te zorgen dat deze gebieden onder de norm vallen, met als reden: Kosten! Voor de beheerders van de natuurgebieden werd het simpelweg te duur om aan de normen te voldoen. Waterschappen hebben dit probleem opgelost door de normen voor agrarisch beheer, daar waar waterschappen denken het meeste geld te mogen halen, stevig te verzwaren om zo in de totale waterkwaliteit op de juiste norm te krijgen. Zo kan het gebeuren dat voor aan elkaar gelegen wateren de natuurnorm kleiner moet zijn dan 10,21 mg N/l, maar de agrarische norm kleiner moet zijn dan 0,88 mg N/l. Let wel, het gaat hier om aangrenzende wateren die zich vermengen. Daar is voor een boer natuurlijk geen eer aan te behalen.

Als het om ammoniak gaat zijn onze ambtenaren nogal star. Nog steeds wordt er stevig vastgehouden aan rekenmodellen uit de jaren 90 van de vorige eeuw, terwijl er al meerdere malen met metingen is aangetoond dat de steeds weer aangescherpte mestwetgeving geen effect meer heeft op zowel de stikstof- als de fosfaatgetallen in ons oppervlaktewater. Ik proef toch de angst bij de overheid om toe te geven dat verschillende opgelegde verplichtingen aan de landbouwsector blijkbaar niet nodig zijn geweest en dat daar wel eens claims van kunnen komen op het moment dat er daadwerkelijk toegegeven wordt dat die verplichte investeringen onnodig zijn opgelegd. Dat zou om miljarden gaan en daar wil onze regering zich toch liever niet aan branden, heb ik sterk de indruk. Gaat de politiek met de nieuwste cijfers echt aan de slag of wordt het weer een poging om dit in de overvolle doofpot te stoppen?

Uit alles wat ik lees en ook als ik om me heen kijk merk ik dat het best goed gaat met de natuur in Nederland. Water in sloten en vaarten wordt steeds helderder, wat een direct gevolg is voor de visstand. Niet alle vissoorten gedijen namelijk bij helder water. De soortenrijkdom in flora en fauna neemt toe, met als voorbeeld de terugloop van een aantal soorten weidevogels als gevolg van predatie door soorten die weer betere kansen krijgen. Cultuur volgende diersoorten krijgen het moeilijk door de veranderingen in ons milieu en dat is niet zo gek hoor. De natuur kan zich heel goed aanpassen aan veranderingen. We moeten ons realiseren dat we met onze natuur in Nederland werken als hoveniers. We creëren de omgeving die we willen en de natuur past zich daar aan door soorten flora en fauna meer of minder succes te gunnen. Geloof mij maar, een beetje meer of minder stikstof en fosfaat in ons oppervlaktewater is voor de natuur geen probleem die past zich wel aan. We moeten hier slechts waken voor excessen. Niet meer en niet minder. Het gaat uiteindelijk om stoffen die in meer of mindere mate van nature voorkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*